De zusters Passionistinnen

De kloosterorde van de zusters Passionistinnen werd in 1771 gesticht door Paulus Danei (ook wel Paulus van het Kruis genaamd). Paulus Franciscus Danei werd op 3 januari 1694 te Ovada in Noord-Italië geboren en stierf op 18 oktober 1775 te Rome. Paus Pius IX verklaarde hem in 1867 heilig.
Paulus stichtte in 1737 zijn eerste klooster op de Monte Argentario van waaruit hij zijn groot missiewerk in centraal Italië aanving. Zo ontstond de Congregatie van de Paters Passionisten. Pas in 1771 kon hij een andere droom die hij reeds dertig jaar koesterde verwezenlijken: de stichting van het eerste klooster voor de Passionistinnen te Corneto.
Op 3 mei 1771 deden de eerste elf aspiranten hun intrede. In 1872 werd een tweede klooster gesticht te Mamers in Frankrijk. Tussen 1904 en 1977 werden 30 kloosters gesticht in verschillende landen van Europa, van Noord en Zuid Amerika en van het verre Oosten. Het vijftiende klooster dat gesticht werd was dat van Sittard.

Elf zusters Passionistinnen namen op 29 december 1938 intrek in het klooster dat toegewijd werd aan de Heilige Gemma Galgani. Bij de ingebruikname van het nieuwe gebouw trok een processie met bruidjes, jongens met banieren, een twintigtal priesters en bisschop Lemmens met het Allerheiligste vanuit het karmelietessenklooster aan de Kollenberg. Alle Sittardse kerkklokken luidden. Na een plechtig lof begonnen de zusters hier aan een leven van teruggetrokkenheid en stilte. Het was namelijk een contemplatieve orde in een slotklooster, dat hield in dat ze geen contact met de buitenwereld mochten hebben. De zusters van de ‘Gemma’, zoals ze in Sittard bekend staan, hebben altijd een grote sympathie vanuit de bevolking gekend.

De zusters zijn herkenbaar aan het zwarte habijt en het Passieteken. Het kruis als teken van trouw tot het uiterste, gevat in een hart als symbool van Liefde, met de woorden: Jezus Christus Passio. Zij dragen dit schild in dankbare herinnering aan het lijden van de Heer.

Het doel van deze Congregatie is: De dankbare en blijvende gedachtenis aan het leven, lijden en de Verrijzenis van de Heer. Het meeleven en meelijden met de medemens, bijzonder door een leven van Gebed en Beschouwing.

In de jaren ’90 begon de leeftijd van de zusters zwaar te wegen zowel op hun functioneren binnen het klooster als ook in de spreekkamer en in de kapel. In januari 1998 vertrokken de laatste vijf zusters naar Arnhem, alwaar zij in een verzorgingstehuis van een welverdiende rust genieten.

 

 

 

Terug naar 'De zusters'